BBA exit maar echte hervorming gemist

Ontslagvergoeding werknemer

Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) dateert van kort na de Tweede Wereldoorlog om het ontslag van werknemers vooraf te toetsen door de overheid. Eerst na toestemming van aanvankelijk de directeur van het gewestelijk arbeidsbureau, later regionaal directeur arbeidsvoorziening en nu het UWV kan de arbeidsovereenkomst door opzegging worden beëindigd. De sociale partners hebben gemeend in het kader van het sociaal akkoord het BBA te laten verdwijnen. Dit lijkt recht te doen aan de eisen van de huidige tijd. Het toestemmingsvereiste komt echter niet te vervallen en wordt zelfs in het Burgerlijk Wetboek opgenomen.

Het vorenstaande doet echter geen recht aan de positie van de huidige werkgever. De werkgever wordt door de overheid in staat geacht voor haar als incassokantoor op te treden en voor haar zorgverplichtingen uit te voeren, maar wordt door dezelfde overheid kennelijk niet in staat geacht in de eigen onderneming te beoordelen of hij een arbeidsverhouding moet continueren of beëindigen.

De ontslagen werknemer geniet via de BBA route echter tot grote ergernis van de vakbeweging geen ontslagvergoeding. Daarnaast bestaat ingevolge het Burgerlijk Wetboek ook de mogelijkheid om de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Deze route geniet in de praktijk veelal de voorkeur wegens de mogelijkheid snel knopen door te hakken tegen een redelijke vergoeding. De vergoeding wordt berekend volgens de zogenaamde kantonrechtersformule.

In het voorstel van de sociale partners blijft het dubbele ontslagrecht in stand. In plaats van een ontslagvergunning verleent het UWV toestemming tot het ontslag. In geval van bedrijfseconomisch ontslag en ontslag na twee jaar arbeidsongeschiktheid treedt het UWV op als rechter. Voor ontslag op grond van ‘in de persoon gelegen redenen’ moet de werkgever zich tot de kantonrechter wenden. Het is nieuw dat volgens het wetsvoorstel een ontslagen werknemer altijd in hoger beroep en cassatie kan. Voorts hebben de bonden weten te bewerkstelligen dat een ontslagen werknemer altijd recht heeft op een vergoeding. De positie van de werkgevers is niet verbeterd.

Het UWV als pseudo rechterlijke macht past niet in het Burgerlijk Wetboek. Immers de toetsing van de naleving van het arbeidsrecht berust bij de onafhankelijk burgerlijke rechter. Het UWV is niet onafhankelijk. Integendeel het UWV heeft een eigen verantwoordelijkheid in het kader van de uitvoering van de werknemers- verzekeringen en bij haar berust de taak het aantal werkloze werknemers te beperken en zo spoedig mogelijk weer aan werk te helpen. Dit lijkt op zijn zachtst gezegd op gespannen voet te staan met de door haar te verlenen toestemming om een arbeidsverhouding te beëindigen. In het Burgerlijk Wetboek staat aan de onterecht ontslagen werknemer echter bij de kantonrechter al een actie wegens kennelijk onredelijk ontslag ter beschikking. Het UWV is volkomen overbodig. Echte hervormingen hebben de sociale partners kennelijk niet voor ogen gestaan.