De grote onzichtbare reus

De Nederlandse digitale infrastructuur

Buitenlandse investeringen in Nederland zijn vandaag de dag in groeiende mate tech-gerelateerd. En dan hebben we het niet over start-ups, maar over scale-ups. Scale-ups zijn volwassen bedrijven met grote online datacenterbehoeftes. Het aandeel in de totale buitenlandse investeringen in Nederland, dat direct datacenter-gerelateerd is, is inmiddels een double digit percentage. Dat betekent een enorme economische impact die in de miljarden euro’s loopt.

Nederland als digitale hub

Waarom komen al die bedrijven naar Nederland? Omdat deze bedrijven Nederland zien als de perfecte internationale distributie-hub voor hun online diensten. De gunstige centrale ligging van Nederland betekent dat je als bedrijf lage gemiddelde latency hebt naar alle landen van Europa. Met andere woorden: of je nu in Zuid-Italië of in Noord-Zweden je data ophaalt, het duurt nergens te lang. En dus heb je overal een goede kwalitatieve online ervaring. Nederland heeft in de loop der jaren een perfecte connectiviteit gekregen met veel zeekabels die hier aanlanden, vele actieve netwerkaanbieders en AMS-IX, de grootste Internet Exchange van de wereld. Andere redenen om te investeren, zijn het stabiele economische klimaat, weinig tot geen risico’s op natuurrampen, een goed en flexibel fiscaal klimaat, lage energieprijzen, goed opgeleid – en Engelssprekend – personeel en het doorgaans vriendelijke leefklimaat.

De internationale digitale hub die Nederland is, bestaat uit een groot aantal zeer diverse bedrijven en partijen. Sommige namen klinken bekend in de oren, maar vele zijn nauwelijks bekend bij het grote publiek. En rondom die bedrijven is een inmiddels volgroeid ecosysteem aan toeleveranciers, consultancybedrijven en kennisinstituten ontstaan, die samen de Digital Gateway to Europe vormen, de derde grote mainport van ons land na Luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven.

DINL

Het blijft voor velen een grote onzichtbare reus. Door de snelle uitbreiding met nieuwe, vaak onbekende partijen en het ontbreken van één vaste locatie zoals bij de andere mainports wordt een duidelijke profilering van deze Digital Gateway to Europe bemoeilijkt. Sinds 2015 heeft de sector zich gegroepeerd in DINL (de stichting Digitale Infrastructuur Nederland) en het project Digital Gateway geïnitieerd om deze internationale hub, die zoveel investeringsgeld en directe en indirecte werkgelegenheid met zich meebrengt, meer bekendheid te geven en te promoten.

Die promotie is hard nodig. Want ondanks de grote successen en alle voordelen die Nederland te bieden heeft, is de concurrentie in Europa moordend. Steeds meer landen krijgen in de gaten dat het van strategisch belang is om niet de boot te missen op het gebied van datacenter-infrastructuren. Velen zetten daarom alles op alles om bedrijven over te halen zich daar te vestigen, in plaats van in Nederland. De buitenlandse promotiebudgetten zijn groot. Als sectorvertegenwoordiger merken we dat het niet meer zo hard gaat, en dat betekent alle hens aan dek. Rapportages, zoals het jongste CBRE-rapport, liegen er niet om en laten zien dat andere landen nu sneller gaan dan Nederland.

Mede om die reden is DINL in het leven geroepen. We houden actief contact met alle stakeholders uit het bedrijfsleven en de overheid, op landelijk en op regionaal niveau. We hebben een koers en een activiteitenplan uitgezet om in 2016 en de jaren erna weer harder te kunnen groeien. We moeten de positieve economische impact van deze sector nóg beter uitleggen bij de verschillende overheidsdepartementen om de afstemming met wet- en regelgeving goed te krijgen. Zodat we deze groeibriljant niet om zeep helpen. Samen op gelijke koers, met aan het roer de sector zelf. Want zeg nou eerlijk, het zou toch echt zonde zijn om al die miljardeninvesteringen aan onze neus voorbij te laten gaan.