De sociale werkvoorziening WHW

Extra zuurstof voor uw productiecapaciteit

Vanzelfsprekend zullen ze echter niet geneigd zijn direct weer eigen personeel aan te nemen of extra machines te kopen. De WHW-bedrijven vormen daarom een ideale uitwijkmogelijkheid. Wat daar in goede jaren voor de crisis is geïnvesteerd in personeel en machinerie, staat ook na de magere jaren nog volop tot uw beschikking.

Arbeidsethos

De Sociale Werkvoorziening van de Hoeksche Waard is één van de kleinste van Nederland. Omdat er op dit eiland altijd strenge selectiecriteria zijn toegepast voor het verkrijgen van een SW-indicatie is de instroom nooit groter geweest dan twee op de duizend inwoners. Maar daardoor is ook de uitstroom geringer geweest. Het positieve resultaat is een stabiele werkpopulatie die zich optimaal laat begeleiden en trainen on the job. “Er heerst hier de sfeer van een typisch familiebedrijf”, zegt directeur Johan Roobol, “maar daar hoort ook het even typische arbeidsethos van de Hoeksche Waard bij. Er wordt gewerkt aan een tempo dat zowel gezellig als fors is. Dat moet ook wel. Een SW-bedrijf dat slecht scoort op het aspect levertijd wordt door de markt even genadeloos afgerekend als een dat te duur is of ontoereikende kwaliteit levert. ”

Kernactiviteiten

De WHW-bedrijven beschikken over eigen afdelingen metaalbewerking en elektromontage. In beide afdelingen werken fulltime vaklieden, die zich graag toeleggen op het wat eenvoudiger werk, ook in kleine series. Daarnaast neemt het monteren en verpakken een belangrijk deel van de omzet voor zijn rekening. Roobol: “Monteren en verpakken liggen vaak in elkaars verlengde. Voor veel bedrijven is het geen kernactiviteit, voor ons wel. Wij hebben bovendien tijdens de goede jaren tussen 2000 en 2010 veel geïnvesteerd in ons gebouw, in machinerie en in de training van ons personeel. We zijn klaar voor een toestroom van opdrachten.”

Ook op lange termijn

Maar hoe lang kunnen WHW-bedrijven dat zijn? Veel ondernemers zijn immers bang dat
 de nieuwe Participatiewet het einde van de SW-bedrijven inluidt, omdat de toestroom
van werknemers met een SW-indicatie vanaf 1 januari volgend jaar stopt. “Dat verandert voor ons heel weinig”, antwoordt Johan Roobol. “Ten eerste hebben wij een gezonde leeftijdsopbouw van onze populatie. Via natuurlijk verloop zullen er van de circa tweehonderd medewerkers van nu over tien jaar nog steeds circa honderdzestig over zijn. Over dertig jaar zijn dat er nog vijfenzeventig. Maar daarnaast komen er voor ons gegarandeerd nieuwe doelgroepen in aanmerking om te trainen en van werk te voorzien.“ Het principe van de Sociale Werkvoorziening is mensen met een beperking naar
vermogen te laten werken. Bij WHW-bedrijven zorgen de begeleidende managers en ploegleiders
ervoor dat de omstandigheden waarin deze werknemers dat vermogen aan het werk zetten zó aangenaam 
en tegelijk stimulerend zijn, dat de output steeds verrassend hoog ligt. Al jaren. Ook
 daar zal de komst van de Participatiewet niets aan veranderen.