Demografisch drijfzand onder de arbeidsmarkt

Technisch personeel verdwijnt, wie vangt het op?

Demografie is als een supertanker. Alleen al op Chemelot zijn tussen de dertig en veertig procent van de werknemers in technische beroepen momenteel boven de vijftig. De komende tien jaar verdwijnen die uit het arbeidsproces. Robotisering, uitbesteding en slimmer werken zullen een deel van de verloren capaciteit opvangen maar het leeuwendeel zal door nieuwkomers moeten worden ingevuld. Daarvan zijn er vooralsnog te weinig. Ondernemers, opleiders en overheden zullen alle zeilen moeten bijzetten om de techniek in Limburg boven water te houden.

Op het Chemelot terrein waar Sitech Services is gevestigd bevinden zich ook andere grote bedrijven gelinkt aan de procesindustrie, zoals Sabic en Stork. “Alles bij elkaar werken er zo’n zevenduizend mensen op het Industrial Park, waarvan meer dan zevenhonderdvijftig bij ons,” zegt Maurice Beltgens, Employer Branding & Recruitment Officer bij Sitech Services. “Van onze medewerkers is ruim een derde boven de vijftig, maar bij de collega’s is dat niet anders. We kunnen dus een uitstroom van enorme omvang tegemoet zien, terwijl de instroom een stuk kleiner is, en die uitstroom is er een van mensen én kennis en ervaring. Een aantal bepalingen in de CAO van Sitech Services zorgen er bovendien voor dat ouderen zoveel bescherming genieten dat we ze niet optimaal kunnen inzetten.

Zo hoeven werknemers boven de 55 geen wachtdiensten meer te draaien dit in combinatie met andere bepalingen zoals een Tijdelijke Ouderen Regeling komt de productiviteit niet ten goede. We gaan nu in gesprek met de bonden om te kijken hoe we deze productiviteit kunnen vergroten.”

De beperkte optie van robotisering

De crisis en de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd hebben dit
proces van arbeidsmarktverkrapping eerder gecamoufleerd dan tegengehouden. Volgens Maurice Beltgens wordt de uitdaging in Limburg nog eens extra vergroot door de krimp van de bevolking. Er komen meer ouderen en tegelijk trekken de jongeren weg wegens
de dalende carrièreperspectieven. Van twee kanten worden de poten dus onder de stoel
van de beroepsbevolking gezaagd. Dan ligt het voor de hand verder te automatiseren en zelfs
te robotiseren, om met minder mensen meer productie te draaien. Volgens Hans Loenen, directeur van Helotech in Venray, heeft die optie echter een plafond: “Robotisering heeft enkel zin als de machine grote volumes kan draaien. Familiebedrijven als het onze worden juist vaak ingeschakeld voor kleinere series. Dan heeft het geen zin in zo’n duur apparaat te investeren, omdat er zo vaak moet worden omgesteld, maar des te meer in een vakman. Het heeft ook meer zin om te bedenken hoe je slimmer kunt gaan werken. Dat is in de voorbije crisisjaren dan ook veelvuldig gebeurd, maar ook dat kent zijn grenzen.”

Maurice Beltgens voegt daaraan toe dat het voorspelbaarder maken van bepaalde processen heeft geholpen om ze verder te automatiseren.

Meer samenwerking in de keten

Automatisering is wél zinvol als het bedrijf vaker gelijkaardige opdrachten mag verrichten voor verschillende bedrijven, als er wordt uitbesteed. “Dat is wat wij hebben gedaan,” zegt Ralph Wijnands, financieel directeur van ACB Solutions in Horst. “Wij hadden een jongen op het oog die zich zou specialiseren in plaatwerk. We konden hem echter te weinig werkzekerheid bieden op dat vlak, met als gevolg dat hij een deel van de tijd andere werkzaamheden zou moeten uitvoeren die veel minder uitdagend voor hem waren. Zo’n talent raak je daardoor onherroepelijk kwijt, terwijl het probleem van het plaatwerk er niet door wordt opgelost. Daarom hebben we ervoor gekozen dat onderdeel helemaal uit te besteden – en die oplossing voldoet prima. Meer samenwerking in de keten is volgens mij hard nodig om het personeelsprobleem het hoofd te kunnen bieden, ook bij het aanbieden van BBL plekken om jongeren al werkend op te leiden, want één bedrijf heeft misschien te weinig capaciteit om dat leertraject te vervolledigen.”

Opleidingen voor operators

Demografische problemen kondigen zich ruim tevoren aan. Dit werd tien jaar terug
al erkend door de sector. De regio is dan ook al jaren geleden begonnen jongeren te interesseren voor een baan in de techniek en opleidingen te stimuleren die vaklieden kunnen afleveren, vol met verse kennis en vaardigheden en praktijkervaringen via langdurige stages. Paul Jessen is directeur van Procestechniek & Maintenance Limburg (PML), een samenwerkingsverband van niet minder dan 37 bedrijven dat samenwerkt met de ROC’s die jonge operators, maintenance technicians en laboranten een complete scholing geven. “Arcus College leidt nu 240 operators op voor de procesindustrie. Dat aantal dekt niet de lading, want alleen al onze lidbedrijven hebben er de komende jaren 380 nodig, maar we zijn goed op weg. Voor de maintenance bestond er eerst geen opleiding. Leeuwenborgh heeft dit samen met PML opgepakt. De komende vier jaar zullen er 100 leerlingen vanaf komen,
dus 25 per jaar. Gilde Opleidingen verzorgt deze opleidingen voor M en N Limburg. Wij zorgen nadien ook voor speeddatesessies tussen de afgestudeerden en de geïnteresseerde bedrijven, en tot nog toe heeft dat geresulteerd in een hoog aantal succesvolle sollicitaties. Wat we momenteel echter nog missen is een goed uitgerust maintenance praktijkcentrum, waar ervaren en leerling technici in eenzelfde ruimte de praktische vaardigheden kunnen scholen en bijscholen.

Lastig hier te krijgen

Limburg is omgeven door buitenland en
in onze buurlanden staat techniek wél in een goed blaadje bij de jongeren, zeker in Duitsland. Ligt het dan niet voor de hand de ontbrekende jonge vaklieden over de grens te gaan werven? “Duitsers zijn vaak nog opgeleid in de ‘ouderwetse’ meester-gezel verhouding,” zegt Maurice Beltgens.”Bovendien zijn ze lastig hier te krijgen, al blijven ze vaak wel als ze er eenmaal zijn, onder meer wegens de hogere lonen. “Hans Loenen wijst op het cultuurverschil: “Duitsers zijn gewend in een hiërarchische structuur te werken. De open bedrijfscultuur in Nederland, waarin men misschien wel wat moeite heeft met autoriteit maar ook niet te beroerd is suggesties te doen voor verbetering, is aan hen niet zo besteed.”

In België is ook de opleiding ‘ouderwetser’. Het niveau van de afgestudeerden ligt gewoonlijk hoger dan in ons land. Maar Belgische vaklieden naar Limburg krijgen is evenmin een sinecure, onder meer omdat zij in eigen streek voldoende kansen hebben op een baan. Het buitenland kan dus slechts een beperkt aandeel hebben in de oplossing van het personeelsprobleem. Sommige bedrijven hebben dan maar gekozen voor een eigen verhuizing over de grens, zoals Addit in Venlo, dat reeds meer dan twintig jaar geleden heeft besloten een vestiging in Polen te openen.

‘Wat wil de klant straks nog voor ons product betalen?’

“Voor ons was het een weldoordachte keuze,” zegt managing director Peter Kerstjens van Addit BV. “We zagen de geopolitieke situatie veranderen, met veel meer internationale concurrentie, onder andere vanuit de voormalige Oostbloklanden waarvan iedereen toen al kon zien dat ze binnen afzienbare tijd deel zouden uitmaken van de EU. Wij vroegen ons af: ‘Wat wil de klant straks nog voor ons product betalen?’ We konden enkel mee als we konden opschalen en globaliseren, van sommige producten veel hogere stuks/aantallen zouden kunnen produceren. Toen hebben we gekozen voor een vestiging in Polen. Momenteel werken daar zo’n 450 mensen, terwijl er in Venlo van de oorspronkelijke 200 nog een zestigtal zijn overgebleven.“ volledig pools management

Het uitbesteden is niet halfslachtig gebeurd. “We hebben een volledig Pools management aangesteld en we hebben de leiding gezegd: ‘Het is jullie organisatie. Zorg ervoor dat ze goed draait.’ Polen heeft een hoog opgeleide bevolking, met honderdduizenden universitair afgestudeerden per jaar. Het arbeidsethos is er goed. Tegelijk kent het land nog altijd een relatief hoge werkloosheid, tot twintig procent in sommige regio’s, zodat we ons nog jarenlang geen zorgen hoeven maken over krapte op de arbeidsmarkt. Maar ook al zijn de lonen daar een derde van wat ze hier zijn, op andere vlakken is het er net als bij ons. Managen en werken is in Polen niet wezenlijk verschillend van in Nederland. Zowel hier als daar neem je drie man aan en hoop je dat een ervan in staat is door te groeien tot senior project manager – en dat gebeurt dan ook. In sommige opzichten is het misschien zelfs iets moeilijker, want
een Pool zal veel minder snel toegeven dat hij een fout heeft gemaakt en er ook veel meer een punt van maken dat er iets mis is gegaan.

Wij zitten bij wijze van spreken ergens met de tranen in de ogen, de klant geeft toe ‘dat het ook wel een erg lastig product’ was en het probleem is van tafel. Maar we leren wel makkelijker van die fouten.”

Pool van vaklieden

Michael Elsenbach, regiomanager van Goflex in Stein, vreest dat meer dan één bedrijf de komende tijd overvallen zal worden door de personeelskwestie. “De crisis is voor veel ondernemers toch vooral een jarenlange cursus overleven geweest. Ze hebben hun bedrijf met succes door die periode geloodst maar onderweg zijn sommigen wel het zicht op de strategie kwijtgeraakt. Waar willen we heen en hoe gaan we dat doel bereiken? Het
is logisch dat er onvoldoende tijd was om die vragen te stellen en te beantwoorden. Daar komt bij dat er door de overheid in diezelfde periode veel is bezuinigd op het onderwijs. Wij hebben aanvankelijk getracht een oplossing voor het personeelstekort te bieden door een pool samen te stellen van vaklieden die dan overal voor de productiepieken konden worden ingezet. Het vervelende was alleen, dat zodra een bedrijf merkte dat een monteur of metaalbewerker goed in zijn vak was, het zijn best ging doen die man in eigen dienst te nemen en de pool dus ‘opdroogde’. Toch geloof ik dat flexibilisering een belangrijk element van de totaaloplossing zal zijn. En dan heb ik het niet alleen over de vergroting van de flexibele schil in het medewerkersbestand. Ik denk dat in de toekomst steeds meer projecten door
een hoofdaannemer worden aangenomen en volledig, in stukken geknipt, voor de uitvoering worden verdeeld over een groot aantal onderaannemers. Ik ben er ook van overtuigd dat de Limburgse technische bedrijven zich in toenemende mate zullen specialiseren.”

Tijd en gelegenheid voor praktijkonderwijs

Het valt te verwachten dat de overheid meer geld zal steken in opleidingsprojecten voor technische knelpuntberoepen, maar bedrijven zullen uiteindelijk ook zelf ‘gewoon’ leerlingen moeten aannemen en opleiden. “Wij hebben elf medewerkers en vier van hen zijn al wat ouder,” zegt Mischa Rinkens, algemeen directeur van Rinkens Stein in Elsloo. “Voor de continuïteit
is het zoeken naar jongere opvolgers dus een absolute noodzaak. Het ligt voor de hand die oudere werknemers voor het praktijkgedeelte van hun opleiding in te zetten, maar hun inzet voor het productieproces is even noodzakelijk. Je kunt als relatief klein familiebedrijf dus moeilijk alleen instaan voor de opleiding van jongeren. Ik geloof dat we ook hiervoor intensiever moeten samenwerken, om optimaal gebruik te kunnen maken van de pieken en dalen voor het vinden van tijd en gelegenheid om praktijkonderwijs te geven.”

Meester-gezel stramien

Daar komt nog eens bij dat oudere technici van huis uit geen didactische vaardigheden hebben en niet zelden behept zijn met een zekere eigenwijsheid: zo doen we het goed want zo hebben we het altijd gedaan. “De oudere werknemer vindt vaak dat de jongere te snel, te veel wil, en de jongere vindt op zijn beurt
dat de kennisoverdracht niet vlot genoeg gaat,” zegt Ralph Wijnands. “De jongere klaagt dan dat hij al maanden niets anders mag doen dan bramen, terwijl de oudere vindt dat hij te hoog van de toren blaast. Het meester-gezel stramien heeft zeker zijn verdiensten maar het is niet alleenzaligmakend als opleidingstraject.

Nieuwe, praktijkgerichte opleidingen en extra scholingsplekken binnen de bedrijven, automatisering, flexibilisering, specialisering, werving in het buitenland en verplaatsing naar het buitenland -het lijstje maatregelen dat de technische branche neemt om het tij te keren is indrukwekkend. Elk op zich is niet in staat de supertanker met een lading massaal personeelsgebrek in het ruim bij te sturen, maar alle bij elkaar zijn ze wellicht net voldoende voor een veilige doorvaart zonder stranding.