Elektrische auto’s in het wagenpark: hoogste tijd voor beleid!

Plug-in hybride niet ingezet voor brandstofbesparing

Een plug-in hybride (stekkerhybride of PHEV) of een volledig elektrische auto (EV) opnemen in het wagenpark? Dan is de besparing van brandstof zeker niet het belangrijkste motief, blijkt uit onderzoek. Wel de gunstige fiscale regelingen (voor de werknemer). Hoogste tijd voor beter beleid.

Het onderzoek naar de inzet en het verbruik van plug-in hybrides en elektrische voertuigen in wagenparken werd gehouden door het mobiliteitsadviesbureau Fleet Support in samenwerking met Natuur & Milieu, NL Elektrisch en laadbedrijf The New Motion. Ruim honderd (grotere) bedrijven deden mee. In totaal vertegenwoordigen ze een wagenpark van 67.000 voertuigen. Van die voertuigen zijn er 2.444 plug-ins en nog eens 372 volledige elektrische voertuigen. De respondenten (8½ van de totale leasevloot) zijn volgens Mulders koploper op het gebied van (PH)EV, zegt Leon Smulders van adviesorganisatie Fleet Support. “Op een gemiddeld aantal van 630 voertuigen per respondent zie je gemiddeld 23 plug-in hybrides en vier volledige EV.”

“Opmerkelijk”

59% van de respondenten is tevreden over de verbruiksprestaties van de PHEV’s. “Dat vind ik opmerkelijk,” zegt Mulders die dacht dat een slecht imago voor een veel lager percentage zou zorgen. Uit het onderzoek komt overigens ook naar voren dat slechts 20% van de respondenten actief stuurt op de toekomstige inzet van plug-ins.

Opmerkelijk noemt Mulders ook de lage, laatste notering van het besparingsmotief in de top-4 van redenen om de PHEV op te nemen in het wagenpark. Mulders: “De gunstige fiscale regeling staat hier nog op één, dat is dus een duidelijk HR-belang. Op 2 en 3 worden respectievelijk ‘impact op milieu verkleinen’ en ‘goed voor imago’ als redenen genoemd. Pas op de vierde plaats vinden we ‘Besparen op brandstofkosten’. Die reden komt ook bij full EV op dezelfde laagste plaats. Wel zien we daar het MVO-belang prevaleren: ‘Goed voor imago’ staat op 2 en de wens om de impact op het milieu te verkleinen neemt duidelijk de eerste plaats in.”

Toekenningsvoorwaarden

Iets meer dan de helft (52%) van de respondenten stelt aanvullende voorwaarden aan de toekenning van een plug-in hybride.  Daarbij is het jaarkilometrage, zo blijkt uit het onderzoek, geen relevante voorwaarde. De meeste respondenten (29%) vinden voor toekenning vooral een passend ritprofiel van belang en daarnaast (28%) de mogelijkheid van een oplaadpunt bij het woonadres. 1% noemt de inzet overigens ‘maatwerk dat per geval apart wordt beoordeeld’. Een malus bij te veel brandstofgebruik wordt ook door slechts 1% als voorwaarde genoemd.

Andere voorwaarden

Hoe zit het ondertussen met andere voorwaarden als het gaat om het gebruik van een PHEV? 36% van de respondenten deinzen niet terug voor beperkende voorwaarden:

  • Brandstofbudget / eigen bijdrage brandstof (25%)
  • Beperking op tankpas (19%)
  • Target verhouding brandstof – elektra (13%)

Daarnaast werpt het onderzoek licht op de meest voorkomende stimulerende voorwaarden:

  • Vergoeden van laadkosten (95%)
  • Inzicht bieden in verbruiksprestaties (84%)
  • Voorlichting over goed gebruik / rijtraining (54%)
  • Vakantieauto / tijdelijk ruilen (25%)

Beleid

Bij het inzicht bieden in verbruiksprestaties gaat het om data met betrekking tot laad-, tank- en rijgedrag van PHEV-rijders. Mulders: “De vraag aan fleetowners is hier: wat doe je met deze beschikbare gegevens? Oftwel: hoe belangrijk vinden ze het om te sturen op het gebruik en, in het verlengde daarvan, is die data wel kwalitatief bruikbaar? Het onderzoek vertelt ons dat de controlemogelijkheden er zijn, maar dat er geen beleid is.” Dat moet er wel komen, meent Mulders, en wel vóór 2018 als grote autofabrikanten (naast Tesla met het veelbesproken model 3) met een eigen model elektrische auto op de markt komen: betaalbaar(der) en vooral met de zo gewenste grotere actieradius.