Flexwerkers minder flexibel dan gedacht?

Gevolgen modernisering ziektewet

Sinds de invoering van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) zijn de toekenningen van WIA- uitkeringen met 70% toegenomen. Meer dan de helft van deze toekenningen betreffen flexwerkers.

Om een en ander in de hand te krijgen is sinds 1 januari 2013 daarom de Wet Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters (BeZaVa) ingevoerd, ook bekend als de Modernisering Ziektewet. De gevolgen van deze wet gaan werkgevers vanaf 1 januari 2014 echt merken.

De gevolgen vallen uiteen in een aanpassing van de premies alsmede de verantwoordelijkheid voor re-integratie van een personeelslid. De veranderingen hebben in principe alleen betrekking op de behandeling van ziekte bij (voormalig) flexwerkers.

Wat zijn flexwerkers?

  • werknemers met een ‘fictieve dienstbetrekking’, zoals thuiswerkers, stagiaires, provisiewerkers of uitzendkrachten, die ziek worden;
  • werknemers (tijdelijk of vast) die ziek uit dienst gaan;
  • maar ook werknemers (tijdelijk of vast) die binnen 4 weken na het einde van hun dienstverband ziek worden (de zogenoemde nawerking).

Conform het huidige systeem heeft een werk- gever de verplichting om voor een zieke werknemer het loon door te betalen gedurende 2 jaar of tot het einde van een tijdelijk contract. Na deze 2 jaar wordt de werknemer gekeurd en zal naar aanleiding van de uitkomst van de keuring een re-integratietraject 
worden gestart bij gedeeltelijk arbeidsgeschiktheid in combinatie met een WGA- uitkering of ontvangt de werknemer een IVA-uitkering bij duurzaam en volledig arbeidsongeschikt. De kosten van de IVA-uitkering komt voor rekening van het arbeidsongeschiktheids- fonds en niet voor de werkgever.

Voor een flexwerker vervallen de verplichtingen van de werkgever met betrekking tot ziekte van de werknemer na dienstbetrekking in de huidige situatie. Het nieuwe systeem zal wel voorzien in verplichtingen met betrekking tot de flexwerkers die ziek worden.

De ZW-premie zal worden gedifferentieerd conform het type werkgever (klein, middel, groot). Voor de kleine werkgevers komt er een sectorpremie, voor de middengroep een combinatie van sectorpremie en individuele toeslag, voor de grote werkgevers een volledig gedifferentieerde premie waarbij het refertejaar t-2 is (2012 fungeert dan als het eerste refertejaar). Dit houdt in dat iedere grote werkgever in Nederland volledig zelf verantwoordelijk wordt voor haar schadelast.

Met betrekking tot de WGA-premie zal er vanaf 2014 een aparte premiedifferentiatie komen voor flexmedewerkers, de WGA-flex en WGA-vast, met uitsluitend een publieke verzekeringsmogelijkheid.

Doordat de ziektewet- en WGA-lasten van flexwerkers vanaf 2014 direct worden toegerekend aan de ex-werkgever (bij grote werkgevers) is het van belang deze schade te beperken. Bij een publieke verzekering van het UWV kunt u deze schade alleen beperken indien de medewerker nog in dienst is. Na uitdiensttreding neemt het UWV dit over maar worden de kosten ervan wel doorbelast aan u via de gedifferentieerde premies. U kunt dit risico uiteraard ook als een eigenrisicodragerschap zelf verzekeren. Dan blijft u zelf verantwoordelijk voor het re-integratietraject voor maximaal 10 jaar. Kortom zullen de kosten voor de ZW en WIA omhoog gaan en worden werkgevers verantwoordelijk gesteld voor de eigen schade. De eerste premies worden berekend op basis van de ziektegevallen vanaf 2012. Let op: U bent ook verantwoordelijk als de betreffende medewerker maar 1 uur voor u gewerkt heeft en ziek uit dienst is getreden. Een goede administratie en een adequaat verzuimbeleid is van belang om de schadelast te beperken.