Het zo (in)populaire mobiliteitsbudget 2.0

Nieuw fiscaal landschap geeft boost aan mobiliteitsbudget

Nederlandse bedrijven vullen zakelijke mobiliteit al snel in met leaseauto’s. Alternatieven worden nog maar mondjesmaat overwogen. Het mobiliteitsbudget bijvoorbeeld. Door onderzoeksbureau GfK onlangs betiteld als mobiliteitsconcept met de grootste marktpotentie maar met een geringe bekendheid. Daar kan wel eens verandering in komen, menen de experts.

Sterker nog, het mobiliteitsconcept staat anno 2016 weer volop in de belangstelling. Reden: de bijtelling voor de auto van de zaak gaat voor de meeste werknemers vanaf 2017 omhoog en dat doet rechtstreeks pijn in de portemonnee.

Tegenwoordig zijn er niet de minste partijen die een dergelijk budget aanbieden, zoals leasemaatschappij Alphabet en Achmea-dochter WorkAway. Maar ook Vereniging Zakelijke Rijders (VZR) heeft afgelopen zomer het zogenaamde mobiliteitsbudget generatie 2 ontwikkeld. Zij lichten de succesfactoren van het mobiliteitsbudget 2.0 toe.

Volgens het budget 2.0 betaalt de werkgever aan iedereen binnen het bedrijf een vergoeding van €0,35 voor elke zakelijke kilometer, dus ook voor elke woonwerkkilometer.

VZR: Deze vergoeding geldt ook voor de werknemer die op dit moment alleen een woonwerkvergoeding ontvangt en geen leaseauto heeft. De ZZP’er die in zijn privéauto zakelijke kilometers rijdt, mag eveneens deze vergoeding als kosten voor zijn bedrijf opvoeren. Deze € 0,35 is gebaseerd op werkelijke gemiddelden. Over deze vergoeding wordt een forfaitaire belasting geheven van 20%. Dit percentage is daarmee dus onafhankelijk van inkomensklasse, wat ons bij een onkostenvergoeding ook het meest gerechtvaardigd lijkt. Per saldo ontvangt een ieder dus netto € 0,28 over elke zakelijke kilometer.

De woonwerkkilometers worden binnen de vergoeding gefixeerd.

VZR: Diegene die slim omgaat met woonwerk-verkeer, door bijvoorbeeld zijn afspraken beter te plannen, ziet dit meteen terug als een kostenbesparing waarvan hij zelf profijt heeft.

Voor de overige zakelijke kilometers geldt dat deze op basis van werkelijk gereden kilometers worden vergoed.

VZR: Het loont dus voor een werknemer niet om dan een bepaalde klant op grote afstand niet of minder vaak te bezoeken, een ons inziens verkeerde prikkel die het mobiliteitsbudget generatie 1 wel biedt. Verder dient het mobiliteitsbudget ter keuze te worden aangeboden, in plaats van de huidige auto van de zaak, maar het is geen verplichting om er gebruik van te maken.

VZR heeft een viertal archetypes benoemd, zoals zakelijke veelrijders of mensen die alleen woon-werkverkeer afleggen met de leaseauto, en hun specifieke gevallen doorgerekend voor zowel werknemer als werkgever. Het plan is te downloaden op de website van VZR (www.vzr.nl)

Wat zijn de succesfactoren van het mobiliteitsbudget 2.0?

  • Het mobiliteitsbudget wordt ter keuze aangeboden, in plaats van de huidige auto van de zaak of kilometervergoeding, maar het is geen verplichting om er gebruik van te maken;
  • Het mobiliteitsbudget is ook van toepassing op ondernemers/werknemers zonder auto van de zaak;
  • Binnen het mobiliteitsbudget geldt een vaste vergoeding van € 0,35 voor de zakelijke kilometers inclusief de woonwerkkilometers;
  • De zakelijke kilometers, zijnde niet de woonwerkkilometers, worden vergoed op basis van daadwerkelijk afgelegde kilometers;
  • De woonwerkkilometers worden berekend op basis van woonwerkafstand en het arbeidscontract en vergoed ongeacht of de kilometers daadwerkelijk worden afgelegd;
  • Belasting over de vergoeding is forfaitair en wel 20%. Netto houdt een zakelijke rijder derhalve € 0,28 per zakelijke kilometer over.

Volgens VZR kunnen bedrijven een substantiële besparing realiseren met een dergelijk mobiliteitsbudget. “We hebben namelijk een aantal van die scenario’s doorberekend en het blijkt voor alle betrokkenen goedkoper te zijn. Die flexibiliteit en overgangen tussen werk en privé zie je toch ook ontstaan in de manier waarop mensen hun werk(plek) thuis, onderweg en op kantoor inrichten? Werken waar en wanneer je wilt wordt aan alle kanten steeds vaker gefaciliteerd. Dan wordt het hoog tijd dat er ook op het gebied van mobiliteit wat gebeurt.”