Marketingcommunicatie over product, dienst, merk of bedrijf

Rondetafelgesprek: zonder marketingcommunicatie is er geen succes

Waar is mijn klant en daar moet ik naar toe! Communiceren over een product, dienst, merk of bedrijf, op wat voor manier dan ook, is van levensbelang voor ondernemers. Marketing en communicatie zijn dan ook niet meer weg te denken uit de moderne bedrijfsvoering. Steeds meer wordt er gebruik gemaakt van internet en van sociale media als Twitter, Facebook en LinkedIn. Wat zijn de beste instrumenten om je bedrijf beter in de markt te zetten, nieuwe klanten te werven en met bestaande een langdurige relatie aan te gaan?

Deze, voor ondernemers zo belangrijke, zaken stonden centraal tijdens een rondetafelgesprek over Marketing en Communicatie. Aan tafel zaten een aantal ondernemers die bedrijven ondersteunen op het gebied van communicatie en marketing en het vermarkten van hun producten: Yolanda van Beek-Snel van Steinhoeve Media & Reclame, Daphne Lodewijk en Daniëlle Spaans van Sales Plus, Nico de Jong van Webstijl, Edwin den Ouden van Helderwerkt en Ed Wentink van Wentink Reclame.

Nico de Jong gaf de voorzet op de prikkelende stelling: ‘Hoe kan men een bedrijf het beste promoten, nu en in de toekomst?’. “Er is een simpel antwoord, je moet altijd denken: waar is mijn klant en daar moet ik naar toe! “ Edwin den Ouden: Hoe doe je dat? Moet ik adverteren, zit ik op een website, ga ik mailen, bellen, kortom je hebt een heleboel instrumenten om in te zetten. Daar moet je een hele slimme keuze in maken.

Voor elk bedrijf is dat weer anders. Er zijn wel een aantal grote trends gaande. Had je vroeger brochures nodig, nu profileer je je ook op internet. In het begin werden daar complete folders opgezet met veel tekst en kleine plaatjes. Het kost(te) veel tijd omdat allemaal te lezen. De tijd die tegenwoordig besteed wordt aan het bekijken van een website wordt steeds korter. Alles moet snel gevonden kunnen worden en als je daar eenmaal bent moet je ook makkelijk je vraag kwijt kunnen.

Conversie (doorklikken)

Nico de Jong: “Mensen zijn inmiddels ‘online gewend’. Je moet er voor zorgen dat een website op een slimme manier is opgebouwd en voorzien is van doorklik mogelijkheden. Ga niet gelijk voor de kill, maar verleidt ze eerst verder je website op. De tijd van een traditionele site met veel tekst is voorbij.” Edwin den Ouden onderschrijft dat. “De motivatie om te klikken, om contact te maken, de zogeheten conversiefactor, is van groot belang. Voor de een is dat de prijs, voor de ander de identiteit. Het is steeds zoeken naar onderscheidend vermogen, je telkens afvragen waarom zou ik moeten doorklikken. Vroeger moest je een hele website door-akkeren om contact te zoeken, nu staat die mogelijkheid al op de eerste pagina. Bezoekers bepalen binnen fractie van een seconde of je website interessant is of niet. Daarom is het van groot belang dat de aandacht van de bezoeker meteen getrokken wordt. Je moet hem vervolgens vast houden om verdere interesse te wekken!”.

Eigen identiteit

Waar ik in geloof zijn klanten die op zoek zijn naar een bepaald gevoel. Ik neem hen een probleem uit handen. Als je dat goed doet houd je klanten heel lang bij je. Je moet jezelf de vraag stellen: ‘Wat doe ik beter dan een ander. Ik wil geen prijskopers, want dat verlies ik altijd. Soms zie je aanbiedingen maar blijkt de service nul komma nul”, aldus Ed Wentink.

“Ik denk dat het nog veel eerder begint”, aldus Daphne Lodewijk. “Als je wilt verkopen, moet je eerst je eigen identiteit goed weten vorm te geven. Dat is de basis om jezelf te kunnen promoten. Zonder identiteit lukt het niet!” De deelnemers aan het gesprek wijzen op de prijskopers die groeien als kool. “Neem onlinedrukkerijen. Het is voor de reclamebureaus erg lastig, als er niet naar kwaliteit wordt gekeken maar alleen nog naar prijs”, merkt Yolanda van Beek op. “Het alleen denken in kosten is soms lastig voor de creatieve mensen in ons vak. Wij gaan voor de meest effectieve reclame. De klant moet bereid zijn te investeren om zich te kunnen onderscheiden. Denk als ondernemer dus goed na over je uiteindelijke doelstellingen en investeer bijvoorbeeld niet alleen in sociale maar ook in traditionele media.” Nico de Jong noemt het AIDA-model, een marketingmodel
dat in de reclame- en marketingwereld
een begrip is. “AIDA staat voor Attention (aandacht), Interest (interesse), Desire (verlangen) en Action (actie). Deze vier letters (stappen) worden opvolgend door een persoon doorlopen bij het zien van een reclamecampagne- of uiting. Dit model, verwerkt in de vormgeving/ indeling van een homepage, kan een praktische en effectieve manier zijn om de conversiefactor te verhogen.”

Boodschap

Je moet zichtbaar zijn, het maakt niet uit op welke manier”, voegt Daniëlle Spaans er aan toe toen ook de sociale media aan de orde kwamen. “Je moet herkenbaar zijn in je communicatie middelen. Of het nu gaat om Facebook, Twitter, LinkedIn, er moet een consistentie in je boodschap zijn en dat inbouwen in je bedrijfsstrategie.” Yolanda van Beek: ”Nu de media-budgetten naar beneden gaan denkt men vaker aan het gebruik van gratis social media, maar zo werkt dat niet. Social media zijn een middel, geen doel op zich. Traditionele middelen als advertenties en flyers blijven ook belangrijk. ” Edwin den Ouden beaamt: “Het is en en. Facebook en Twitter
staan naast een website.
Dat vergt wel meer

transparantie van een bedrijf. Hoe wordt er over je gesproken, hoe praat het publiek over jouw bedrijf, hoe wordt er over je getwitterd en wat vertellen ze over jou op Facebook? Facebook is inmiddels een belangrijk aanvullend instrument op een website.” Dat houd je deels bij met content marketing. Zelf de regie houden over teksten en belangrijke zoekwoorden inbouwen voor Google zal een toenemende rol gaan spelen. Nico de Jong: “Toch is het gebruik van social media platforms al aan het afnemen. Mensen worden bedolven onder non-nieuws en gaan zich afvragen of zij echt wel wat te melden hebben. Bovendien kost het erg veel tijd, zowel het schrijven als het bijhouden. Maar desondanks is het een belangrijk instrument in marketing. Je hebt immers contact met de echte wereld. Als je wat te melden hebt moet je de juiste kanalen inzetten om klanten optimaal te bereiken. De boodschap op de vraag ‘wat maakt mij nu bijzonder?’, ‘wat is mijn meerwaarde?’ moet je op de beste wijze bij een ander zien te krijgen. Dat is de basis!”

Social media

“Het gevaar van social media is
wel dat een slechte waardering
een grote terugslag heeft op je
bedrijf”, volgens Daphne Lodewijk.
“Het duurt erg lang voor je dat kan ontzenuwen. De schandpaal is erg laagdrempelig geworden”. Edwin
den Ouden: “Hoe meer kruisverbanden
je kunt leggen via je eigen website met andere media, hoe belangrijker dat wordt. Als bedrijf kan je bijvoorbeeld Facebook
als product-portfolio neerzitten. Het is een geweldig uithangbord waarop je je kunt positioneren. Je vrienden, je relaties die heb je al als publiek, de zaal is dus al gevuld in tegenstelling tot een website die men nog moet zien te vinden.” Ed Wentink gebruikt Facebook ook. “Ik zet er dingen op die mij zelf opvallen in mijn bedrijf, dingen die ik leuk vind als bijvoorbeeld een interessante opdracht van een klant. Je weeft daar stiekem een commerciële boodschap in. Ik heb gemerkt dat dit werkt.” Daniëlle Spaans heeft het ook over LinkedIn waar je iemand kan vinden die je voor je bedrijf nodig hebt. “Door een gerichte vraag te stellen krijg je veel respons.” Daphne Lodewijk gebruikt ook Twitter om op zoek te gaan naar nieuw personeel. “Ook schrijven wij blogs en nodigen gastbloggers uit met een belangrijke boodschap voor onze doelgroep. Hiermee verspreiden wij onze content.” Daniëlle Spaans vindt het geweldig dat als je via bijvoorbeeld LinkedIn om hulp vraagt, er direct wordt gereageerd. Als wij een capaciteitstekort hebben is dat zo geregeld. “ Daphne Lodewijk: “De wat letterlijke vorm van social media is natuurlijk het al oude netwerken. Onze klanten krijgen wij veelal van onze netwerken, meer dan van het lidmaatschap van ondernemersverenigingen. Maar dat is voor iedere ondernemer verschillend.”

Hap snap

Traditionele reclame-uitingen als folders, brochures, advertentie e.d. zijn nog steeds belangrijk. Er zijn nog steeds heel veel mensen die daar goed voor gaan zitten. Maar ook zoeken zij op internet en kijken op Facebook en Twitter. Vooral jonge mensen die hap snap informatie opnemen. Omdat zij opgegroeid zijn met verschillende media en daar ook tegelijkertijd bezig zijn, zijn hun scanvaardigheden veel hoger dan van ouderen. “Wij moesten veel meer ‘in de diepte weten’’, aldus Ed Wentink. “Het aanbod is enorm, jongeren kunnen niet meer alles bijhouden. Hun kennis is breder en oppervlakkiger. Op het gebied van media en reclame maken is geen beperking meer. Mensen kunnen het niet meer behappen, alles gaat heel snel.” Daniëlle Spaans: “Het enige waar je tegenwoordig het publiek echt mee kan bereiken is met emotie in je boodschap. Dat kan met humor, schoonheid of iets interessants. Als die emotie tot leven komt gaan ze verder naar content kijken.

Aanpassen aan situatie

Edwin den Ouden: “Het klassieke bedrijf had vroeger één voordeur, tegenwoordig heeft men meer ingangen: de website, Facebook, de mailing, Twitter en de webshop. Je ziet dat mensen zich in een winkel laten adviseren en vervolgens op internet gaan shoppen. Dan moet je zorgen dat jouw winkel ook op internet staat. Kruisverbanden leggen dus. Doordat je met een webshop een ander logistiek apparaat hebt, kun je daar lagere prijzen rekenen. Dit soort slimme ondernemers overleven doordat zij zich aanpassen.” Yolanda van Beek: “Zodra je de klanten binnen hebt, moet je ze ook zien te houden door ze wat te bieden. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je meer levert dan gevraagd. Dan maak je van klanten je ambassadeurs. ” Daniëlle Spaans: “Jonge mensen komen niet meer binnen, maar doen alles via internet.”
Nico de Jong vult aan: ”Hier liggen kansen voor bestaande winkels. Als een webshop namelijk ook een fysieke winkel heeft
wekt dat vertrouwen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een webshop in een loods in de polder.”

Sales workshops

Daphne Lodewijk vindt het van groot belang dat ondernemers een salesvertaalslag maken naar de afnemers om hun producten te kunnen verkopen. “Heel veel bedrijven hebben niet in de gaten
dat verkooptechnieken essentieel zijn. Je moet dat krachtig neerzetten en klanten niet de deur uit laten lopen. Doe je dat
niet dan gaat men online bestellen. Sales
is een onmisbare schakel om omzet te genereren. Als men bij je binnenkomt, is dat een teken dat men iets wil. Maar als je niet weet wat een klant beweegt ga je hem ook niet krijgen.” Nico de Jong vindt het ook belangrijk dat ondernemers een sales workshops gaan volgen. “Voor een zeer groot gedeelte van hen zal dat zorgen voor een omzetstijging.” Edwin den Ouden heeft nog een aardig voorbeeld. “Toen ik op zoek was naar een nieuwe keuken ben ik verschillende zaken af geweest. Uiteindelijk kwam ik bij een ondernemer die aan mij vroeg wàt hij moest doen om de order te krijgen. Stel die vraag dus. Na wat extra’s te hebben bedongen heeft die man dus onze order gekregen.” Conclusie: Verkoper is het meest ondergewaardeerde vak, terwijl je alles kunt verkopen!” Er kwamen tijdens het geanimeerde Rondetafelgesprek nog zoveel andere onderwerpen over tafel, zoals het steeds harder moeten trekken aan offertes waar heel veel tijd in gestoken wordt, buitenreclame, dat steeds vaker websites worden bezocht met smartphones en tablets en nieuwe mobiele toepassingen als Layer waarbij een fysieke omgeving verrijkt wordt met digitale informatie, en de QR code, dat een vervolgbijeenkomst zeker in het verschiet zit.