Medezeggenschap in de zorg: de cliëntenraad

13 uitgangspunten van de cliëntenraad

De medezeggenschap van cliënten of patiënten van een zorginstelling is geregeld in de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ). Op grond van de WMCZ dienen instellingen voor gezondheidszorg, maatschappelijke zorg of verslavingszorg een cliëntenraad te hebben. Hieronder volgt een aantal uitgangspunten met betrekking tot de cliëntenraad.

Het instellen van een cliëntenraad is een verplichting. Dit is een verplichting zonder dat daar op grond van de WMCZ een sanctie op staat bij niet-naleving.

Het doel van de cliëntenraad is het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van patiënten en cliënten.

Het staat de zorgaanbieder vrij te bepalen uit hoeveel leden de cliëntenraad bestaat, op welke wijze benoeming van de leden plaatsvindt, welke personen voor benoeming in aanmerking komen, welke zittingsduur geldt en over welke materiële middelen de cliëntenraad kan beschikken voor de uitvoering van zijn functie.

De cliëntenraad heeft een aantal rechten:

Recht om te adviseren: De cliëntenraad heeft het recht om te adviseren over alle onderwerpen die voor cliënten van belang zijn. De wet benoemt een dertiental onderwerpen die de zorginstelling in ieder geval ter advies aan de cliëntenraad moet voorleggen, alvorens hij een besluit neemt:

  1. een wijziging van de doelstelling of de grondslag;
  2. het overdragen van de zeggenschap of fusie of het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking met een andere instelling;
  3. de gehele of een gedeeltelijke opheffing van de instelling, verhuizing of ingrijpende verbouwing;
  4. een belangrijke wijziging in de organisatie;
  5. een belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden;
  6. het benoemen van personen die rechtstreeks de hoogste zeggenschap zullen uitoefenen bij de leiding van arbeid in de instelling;
  7. de begroting en de jaarrekening;
  8. het algemeen beleid inzake de toelating van cliënten en de beëindiging van deze zorgverlening aan cliënten;
  9. voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemeen beleid op het gebied van de veiligheid, de gezondheid of de hygiëne en de geestelijke verzorging van, maatschappelijke bijstand aan en recreatiemogelijkheden en ontspanningsactiviteiten voor cliënten;
  10. de systematische bewaking, beheersing of verbetering van de kwaliteit van de aan cliënten te verlenen zorg;
  11. de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten van cliënten en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten van cliënten;
  12. de wijziging van de regeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en de vaststelling of wijziging van andere voor cliënten geldende regelingen;
  13. het belasten van personen met de leiding van een onderdeel van de instelling, waarin gedurende het etmaal zorg wordt verleend aan cliënten die in de regel langdurig in die instelling verblijven.

Essentieel is dat het advies van de cliëntenraad nog van wezenlijke invloed is. De zorgaanbieder mag gemotiveerd afwijken van het advies, mits dit tenminste eenmaal met de cliëntenraad is overlegd en gemotiveerd is.

Als de zorgaanbieder een besluit, zoals genoemd onder 9 t/m 13, uitvoert zonder het aan de cliëntenraad voor te leggen dan kan de cliëntenraad het besluit nietig verklaren. Dit moet schriftelijk en binnen één maand gebeuren nadat de zorgaanbieder de cliëntenraad op de hoogte heeft gesteld van het genomen besluit of als de raad merkt dat het besluit genomen is.

Als de zorgaanbieder een besluit, zoals genoemd onder 9 t/m 13, neemt dat afwijkt van het advies van de cliëntenraad, dan dient zij dat eerst voor te leggen aan een commissie van vertrouwenslieden. Indien de belangen van alle betrokkenen onvoldoende zijn meegewogen dan moet de zorgaanbieder het besluit intrekken of wijzigen en opnieuw voor advies aan de cliëntenraad voorleggen.

Recht op informatie: De zorgaanbieder verstrekt de cliëntenraad tijdig en, desgevraagd, schriftelijk alle inlichtingen en gegevens die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

Recht op overleg: De cliëntenraad heeft recht op overleg met de directie over het beleid van de instelling.

Recht op bindende voordracht één bestuurslid

Enquêterecht: Binnen zorginstellingen die de rechtsvorm van een stichting of vereniging hebben, komt het recht van enquête toe aan de cliëntenraad op grond van art. 6.2 Uitvoeringsbesluit WTZi indien dit is opgenomen in de statuten van de zorginstellingen. Op grond van dit recht kan een verzoek worden ingediend bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam om één of meer personen te benoemen tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen de zorginstelling. Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3172, ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9903 en ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9692. In deze zaken ging het – kort gezegd – om de vraag of sprake was van gegronde reden voor de cliëntenraad om te twijfelen aan juist beleid. In dergelijke gevallen kunnen vergaande (tijdelijke) voorzieningen worden getroffen, zoals de tijdelijke schorsing van een besluit, maar ook aan de schorsing van een of meer leden van de raad van bestuur en/of van het toezichthoudende orgaan. Indien uit het enquêteonderzoek volgt dat daadwerkelijk sprake is van een onjuist beleid, dan kunnen nog verdergaande maatregelen worden genomen, waaronder het ontslag van leden van de raad van bestuur en/of van het toezichthoudende orgaan.

Nieuwe wetgeving omtrent medezeggenschap in de zorg

De WMCZ zou opgaan in de Wet cliëntenrecht zorg (Wcz). Begin 2013 is besloten dat de Wcz wordt opgeknipt in vier afzonderlijke wetten. De regelingen rond medezeggenschap zullen worden ondergebracht in de Wet Goed bestuur in de zorgen intern toezicht. Het wetsvoorstel wordt in beginsel in het tweede kwartaal van 2014 behandeldverwacht.

Kort en goed geldt dat een cliëntenraad (net als de Ondernemingsraad) een orgaan is om rekening mee te houden in uw beleid en bij uw besluitvorming. Om daarin vertraging te voorkomen is het van belang om de cliëntenraad in een tijdig stadium te betrekken en te informeren.