Open flexibele deuren

Flexkantoren bieden uitkomst

De tijd dat iedereen in een kantoor een eigen kamer had, ligt steeds verder achter ons. En die eigen kamer verraadde vaak ook de hiërarchie van de organisatie: de grote kamer die ruimte bood aan één persoon op de hoogste verdieping kon vaak niet anders zijn dan de kamer van de directeur. Daarnaast gaf vaak ook het aantal personen in één kamer een bepaalde mate van de rangorde binnen de organisatie aan. Ook konden met de deuren van al die kamers allerlei signalen worden afgegeven: altijd open, soms open, op een kier, gesloten of altijd gesloten. En iedere stand van de deur had een eigen betekenis, zonder dat dat ergens was opgetekend. Het waren de ongeschreven, non-verbale regels van de organisatie, die iedereen binnen de organisatie kende en die nauwelijks met voeten werden getreden. En dat terwijl er helemaal geen sanctie op stond. Het was één van de vele, geheimzinnige mores van Het Kantoor.

Maar met de komst van allerlei nieuwe soorten werkomgevingen werden steeds meer van die ongeschreven regels ongemerkt ten grave gedragen. Maar kwamen er tegelijkertijd ook nieuwe voor in de plaats. Waar allerlei visionairs de huisvestingsbeslissers indoctrineerden met schimmige theorieën over hoe een werkplek van de toekomst ingericht en gebruikt zou moeten worden, werden deze 
door vele directies en managementteams vaak als excuus gebruikt om 
het gebrek aan geld voor nieuwe,
volwaardige huisvesting te verdoezelen. En werden door al die nieuwe werkplek profeten op gezette 
tijden de bestaande vocabulaire uitgebreid met allerlei vage nieuwe termen. Te
lang hetzelfde verhaal vertellen kon wel eens averechts uitpakken en een ongewenste toename van de ongeloofwaardigheid van
het met veel bravoure gepresenteerde huisvestingsconcept lag dan ook constant op de ‘innovatief’, ‘altijd bereikbaar zijn’, ‘paperless termen werd Het Nieuwe Werken op een bijna propagandistische manier verkondigd. Met als doel om nog resultaatgerichter te werken, waar en wanneer je maar wilt. Meer en harder werken in een wereld zonder vrije tijd, met meer autonomie en nog veel meer fraais. Het klinkt niet als te mooi om waar te zijn, want het was gewoon allemaal waar. Volgens degenen die het verkondigden. En voor wie nog wel eens het kantoor bezocht kon ook daar op een eveneens innovatievere en slimmere manier gaan werken. Een vaste werkplek is daarbij niet nodig, want ook hier kan overal gewerkt worden. Voor wie de eigen kamer gewend was, was dit natuurlijk een hele omschakeling en was het vooral wennen aan een nieuwe lading evenredig aan de souplesse van de mores van Het Nieuwe Werken.

Het meest flexibel zijn de zzp’ers: de zwervenden zonder personeel. De nomaden die slechts met een notebook en smartphone op zak 
écht overal kunnen werken. Maar wanneer Starbucks, McDonald’s of de bibliotheek de op dat moment benodigde zakelijkheid ontberen, bieden de flexkantoren hierin wel uitkomst. De zzp’er wordt afgerekend voor wat wordt gebruikt in het in aantal nog steeds groeiende en alsmaar anoniemer wordende flexkantoren. Hier wordt niet per vierkante meter, maar per tijdseenheid en per voorwerp betaald. Uitklappen, werken, inklappen en wegwezen is hier het devies.

Waren de oude kantooromgevingen onderdeel van iemand persoonlijkheid, de nieuwe flexkantoren zijn vooral plekken, waar alles hetzelfde is, waar iedereen hetzelfde doet met dezelfde middelen en waar vooral lotgenoten elkaar treffen. Zwervenden die werken op wifi en koffie. Een wereld vol open deuren want iedereen is in die wereld gelijk.

Voor verder contact:

Bedrijfscontactpunt Maastricht