Rampenoefening is essentieel

Rampen bestrijden moet je oefenen

Zijn rampenoefeningen nuttig? Jazeker. Om een beeld te krijgen van hoe voorbereid de Nederlandse veiligheidsregio’s zijn, houdt de inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV) van het ministerie van Binnenlandse Zaken talloze oefeningen. Wat zijn over het algemeen de geleerde lessen? En: hoe hebben betrokkenen de oefeningen beleefd?

Rampenoefening

Nederland is opgedeeld in 25 veiligheidsregio´s, waarvan Limburg-Noord er één is en Midden- en West-Brabant een tweede. De IOOV toetst in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hoe voorbereid deze regio’s zijn op een ramp of een crisis. Tot voor kort hield de inspectie ongeveer drie à vier keer per jaar een rampenoefening. Maar omdat de minister van Binnenlandse Zaken voor eind 2009 een beeld wil hebben van de rampenbestrijding in Nederland, zijn het aantal rampenoefeningen fors vergroot. Voor de genoemde periode werkt de inspectie nog zestien praktijkoefeningen in de resterende regio’s af. ‘Daarin bootsen we zo veel mogelijk de praktijk na’, zegt Annemarie van Daalen, lid van het managementteam en portefeuillehouder rampenbestrijding en Crisisbeheersing van de IOOV. Ze wil niet specifiek op conclusies voor bepaalde regio’s ingaan en dat willen de twee regio’s die meewerkten aan dit artikel ook niet. Alledrie verwijzen ze naar een eindevaluatie, die nog moet komen. Toch willen ze vanuit de algemeenheid wel iets vertellen over de lessons learned en de beleving van zo’n oefening. ‘Het is zo echt opgezet dat je meteen volop in het spel zit’, aldus Hugo Backx, normaal gesproken wethouder, maar tijdens de oefening loco-burgemeester van de gemeente Tilburg.

Ruis

Bekeken over alle regio’s geldt volgens Van Daalen dat informatiemanagement het belangrijkste knelpunt is. ‘ Tijdens een ramp zoals wij die simuleren, komt veel – heel veel – informatie bij de partijen binnen. Daar zit een hoop ruis tussen. Het is belangrijk is om de juiste informatie eruit te filteren, te valideren en vervolgens zo snel mogelijk beschikbaar te stellen aan alle betrokkenen. Niet alleen bij de hulpdiensten ter plaatse, maar ook bij het beleidsteam van de regio dat knopen moet doorhakken. Denk aan informatie over de gevaarlijke stof, het aantal slachtoffers, maar ook over de effecten in de omgeving.’ De regio’s die aan de oefening meedoen, worden gevoed met ruis, net zoals bij een echte ramp gebeurt. Het is aan de regio’s om het kaf van het koren te scheiden. Dat tussen allerlei meldingen van burgers en media die soms sneller ter plaatse zijn dan de hulpdiensten. Het tweede knelpunt is de coördinatie van de informatie. Bijvoorbeeld: bij verschillende meldkamers kan een melding over het incident binnenkomen. Wanneer weten de hulpdiensten en het beleidsteam dat het om hetzelfde incident gaat? Lastig genoeg, want soms maken de diensten op de meldkamer gebruik van verschillende systemen. Van Daalen: ‘Beantwoording van die vraag is essentieel. Het is de bodem voor de beslissing om op te schalen, mocht dat nodig zijn.’ Inmiddels zijn er volgens Van Daalen diverse initiatieven om dezelfde systemen en software op de meldkamer voor politie, brandweer en ambulance te gebruiken.

Hulpverleningsdiensten werden onverwachts geconfronteerd met een in scène gezette ramp

Harrie van Oosterhout is manager bij de brandweer Limburg- Noord en in die hoedanigheid ook betrokken bij veiligheidsregio Limburg-Noord. Voorafgaand bleef het precieze tijdstip in juli en de plaats van de ramp geheim. Alleen was duidelijk dat het incident in een van de gemeenten Bergen, Echt-Susteren, Venlo of Weert zou plaatsvinden. Hulpverleningsdiensten werden onverwachts geconfronteerd met een in scène gezette ramp, waarop zij de organisatie moesten neerzetten en beslissingen moesten nemen om de ramp te bestrijden. Het ging daarbij niet zozeer om het oefenen van operationele diensten, maar om het oefenen van bestuurders en leidinggevenden. Ambulances, brandweer- en politieauto’s die met gillende sirenes en zwaailicht uitrukken, waren dan ook niet te zien. Van Oosterhout en zijn team kregen uiteindelijk een verkeersongeval op de A2 ter hoogte van Echt voor de kiezen. Daar waren schoolbussen en een tankauto bij betrokken. De tankauto vervoerde gevaarlijke stoffen. ‘Geen onrealistisch scenario omdat er op de A2 nogal eens ongelukken gebeuren’, aldus Van Oosterhout. Callcentermedewerkers van de inspectie belden de meldkamer. ‘Zij deden ooggetuigen na. Soms kwamen ze met juiste, soms met valse informatie. In de meldkamer liep de spanning hoog op. Naast de informatie van de bellers, kwamen er ook gegevens vanuit het veld, van de hulpverleningsdiensten zelf.’

Snel op de post

De betrokken medewerkers van het commando ter plaatse, het operationeel team, het beleidsteam en het gemeentelijk actiecentrum, werden snel opgetrommeld. Van Oosterhout: ‘Ondanks de chaotische situatie, was iedereen snel op zijn post. Dat was met name zo bij degenen die met piepers werden opgeroepen. Daarnaast hebben we ook een systeem dat automatisch mensen belt die in de teams mee moeten draaien. Dat systeem belt net zo lang totdat degene – of diens vervanger – oppakt en zich met een code aanmeldt. Als derde methode moeten centralisten nog een aantal mensen handmatig bellen. Juist dat bleek een zwak punt in de hectiek. Zo misten we bijvoorbeeld de dienstdoende ict’er. We denken er nu over na om iedereen zo veel mogelijk met de piepers uit te rusten.’ Een ander punt ter lering was volgens Van Oosterhout het samenwerken. ‘We doen vaker oefeningen met onderdelen, maar zo de hele structuur testen, gebeurt niet vaak. Partijen in de keten zijn vaak zo met hun deelonderwerp bezig, dat ze weinig oog hebben voor wat er bij andere partijen aan de hand is. Denk aan verschillende partijen zoals het beleidsteam, het operationele team en het commando ter plaatse.

De interactie kan beter en daarom is het nuttig dat we deze rampenoefening hebben gedaan

 

Kortom: de interactie kan beter en daarom is het nuttig dat we deze oefening hebben gedaan. Ook kan de kwaliteit van de doorgegeven informatie beter. We moeten er van op aan kunnen dat de informatie die doorkomt juist is. Dus moet deze goed worden gevalideerd. We willen naar dat aspect van informatiemanagement nog eens goed kijken.’ Van Oosterhout constateert daarbij dat de rol van media verduidelijkend kan zijn. ‘rampenbestrijders hebben door de media meteen een beeld van de situatie in hun hoofd. Daarnaast kun je gebruikmaken van moderne middelen als Google Maps om een schets te maken van de omgeving.’ De evaluatie door de inspectie komt er nog aan, maar Van Oostenhout is nu al blij met de rampenoefening. ‘Dit was heel nuttig.’ De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant werd eind augustus door een melding van de IOOV opgeschrikt. In het bijbehorende scenario deed zich eveneens een groot ongeval voor. Op de snelweg A58, ter hoogte van de gemeente Tilburg. Ter voorbereiding keek wethouder Backx van Tilburg nog eens goed de papieren door. ‘Wie doet wat en hoe zat het ook alweer? Welke rol heb ik en waar moet ik aan denken?’ De wethouder wist nog niet of hij als loco-burgemeester moest fungeren, maar dat bleek al snel het geval. Ook hier was een tankauto op zijn kant gevallen en dreef een gevaarlijke stofwolk door het gebeid. ‘Het ongeval kwam uiterst reëel op me over.’ Backx wil niet teveel op de details ingaan. ‘Eerst maar eens evalueren aan de hand van de bevindingen van de inspectie. Wel kan ik zeggen dat we al snel het idee hadden dat we dit in groter verband moesten aanpakken, dat we moesten opschalen. Belangrijke les is ook dat je je als bestuurder niet in details moet verliezen. Vertrouw op je deskundigen ter plaatse. Zij kunnen je ook precies de procedure voorhouden. Verder moet je je niet gek laten maken. Met moderne communicatiemiddelen is een melding snel gedaan, maar vaak is deze niet goed te duiden. Weet de informatie op waarde te schatten.’ De scherpte was er om goed op de ramp in te spelen, concludeert Backx. ‘Daar put ik vertrouwen uit. Dat neemt niet weg dat het goed is om vaker te oefenen. Zo raak je ingespeeld op elkaar. Het is uiterst leerzaam: je weet nu of de papieren tijger in praktijk werkt. Mijn advies? Blijven oefenen!’

Health-en-Saffety-jaarcongres