Technische veiligheid en gezond werken

De letter… maar ook de geest is belangrijk

De oprichter van de veiligheidsonderneming D&F, Gerd-Jan Frijters, begon zijn bedrijf door de letter van de veiligheidswetten en -normen goed te vertalen naar de praktijk. Frijters schuift nu meer en meer op om vooral de geest van veiligheid en gezondheid tussen de oren van werknemers en werkgevers te krijgen. Is dat de verschuiving die in alle goedwillende werknemers en ondernemers zit?

Het van oorsprong machineveiligheidsbedrijf D&F bestaat twintig jaar. Oprichter ing. Gerd-Jan Frijters rolde via een afstudeeropdracht in de technische veiligheid waarbij de, toen, nieuwe Europese Machinerichtlijn centraal stond. Sinds die tijd heeft Frijters de regelgeving exponentieel zien groeien, en daarmee de complexiteit. Een greep: CE-markering, ATEX, PED, KvI, KIG, NoBo’s, EMC, EMF, Arbobesluit, Arbocatalogus, RSI, PGS-reeks, RoHS, REACH, ARIE, HACCP, SIL, PL en BRZO. ‘Regelgeving verwijst ook nog heel vaak naar normen. Alleen al de regelgeving voor machines, inclusief normen, beslaat gauw anderhalve meter papier met zo’n tweeduizend documenten, de ene nog gedetailleerder en ingewikkelder dan de andere.’ De normen hebben niet de kracht van wet, in tegenstelling tot Europese Richtlijnen. ‘Maar instanties als de Inspectie SZW constateren in hun rapporten dat “er niet aan de normen is voldaan”.

Zie dan anderen, bijvoorbeeld een rechter, er nog maar eens van te overtuigen dat de situatie veilig was – en misschien wel beter – dan wanneer de norm was gevolgd. Wij motiveren het uitgebreid, mocht het voorkomen dat we normen niet honderd procent volgen, zodat we bij controle of problemen kunnen aantonen dat de gekozen methode minstens gelijkwaardig veilig is.’ Frijters’ bedrijf heeft ook veel software laten ontwikkelen die gerelateerd was aan hun werk op veiligheidsgebied. ‘In de begintijd van D&F waren dit vooral softwareproducten ter ondersteuning van technische veiligheid, maar de laatste jaren hebben we ook softwareproducten rondom veiligheidscultuur ontwikkeld, zoals de Barometer Veiligheidsklimaat.’

Vermoeden van overeenstemming

D&F specialiseerde zich in het naar de praktijk vertalen van regelgeving en normen. ‘We brengen de essentie van – zeg – honderd pagina’s van een norm terug tot bijvoorbeeld zes. In de regelgeving en de A-, B- en C-normen staat alles zeer gedetailleerd beschreven; bijvoorbeeld de precieze vorm, afmetingen en uitvoering van een noodknop. Juridisch is de grote omhaal van woorden wellicht nodig, maar voor de praktijk meestal niet. Het is een exponentieel groeiende boom van regelgeving en normen. Voor machines heeft het bijvoorbeeld betrekking op het elektrische en mechanische gedeelte, maar ook op de besturing en dus ook op de software. Onze kracht is de praktische vertaling.

In onze digitale “vertalingen” van de regelgeving en de normen maken wij ook veel gebruik van hyperlinks, bijvoorbeeld om naar een andere norm te verwijzen. Zo blijft de materie enigszins behapbaar.’ Als normen goed zijn toegepast, is er sprake van een “vermoeden van overeenstemming”. ‘Dat is de systematiek van Europese Richtlijnen. Er is altijd een slag om de arm. Het geeft ook goed aan hoe belangrijk de interpretatie van een Richtlijn is. Het lijkt wel kwantumrekenen: om een bmahine te beoordelen zijn wel honderd verschillende normen van toepassing die onderling ook weer naar elkaar verwijzen.’ ‘Het komt geregeld voor dat wij de Inspectie SZW om een uitspraak vragen, maar die is ook niet scheutig met het geven van duidelijkheid. Het komt voor dat het tien jaar (!) duurt voordat er een verlossend woord komt. Als je, zoals D&F, vijfhonderd projecten per jaar doet, geeft het heel wat denkwerk en normstudie om tot de juiste advisering te komen.’

Maar ook de snelle acties behoren tot het werk van D&F. ‘Bijvoorbeeld bij het ongeluk waarbij een brugwachter door het ophaalmechanisme van de brug verongelukte. Nog dezelfde avond zat het hoofd van onze afdeling technische veiligheid in de auto om de hele nacht onderzoek naar het ongeluk te doen. D&F is van vele markten thuis.’

Health-en-Saffety-jaarcongres

Toppers in technische veiligheid

Frijters is overigens zeker geen tegenstander van normen. ‘Integendeel: de normen worden samengesteld in zeer deskundige commissies met de toppers uit een vakgebied. Het is een exposé van alle beschikbare kennis en ervaring. Door de gedetailleerdheid en de omvang moet je er alleen met boerenverstand en creativiteit mee omgaan.’ Het bedrijf van Frijters onderscheidt zich doordat het durft te investeren in kennis. ‘Onze consultants besteden zo’n tien procent van de beschikbare uren om zich helemaal te verdiepen in bijvoorbeeld nieuwe regelgeving of normen. Daar gaan duizenden uren per jaar in zitten. In de beginjaren van de crisis werd er door onze klanten fors op de rem getrapt. Dat waren moeilijke tijden voor D&F, maar door ons hoge kennisniveau kwamen de klanten ook weer terug.

Nu floreren we gelukkig weer. Kwaliteit van kennis wordt door onze klanten hoog gewaardeerd.’ Dat D&F een marktleider is op het terrein van machineveiligheid mag misschien ook worden afgeleid uit het feit dat het ook onderzoeken doet voor de onafhankelijke Onderzoeksraad voor Veiligheid. Het bedrijf deed het technisch onderzoek naar de omgevallen bouwkraan in Rotterdam, waarbij de machinist om het leven kwam. ‘Het was een kraan die nagebouwd was van een kraan van een gerenommeerd merk, alleen net niet helemaal goed.

Het had wel het CE-keurmerk, het Conformité Européenne-certificaat (“het voldoet aan alle Europese regelgeving”). Dat is echter niet het resultaat van een onafhankelijke keuring, maar van de procedure bij de fabrikant zelf. Vervolgens is het wel de verplichting van degene die bijvoorbeeld de machine in gebruik neemt, om te controleren of alles in orde is. Daar gaat het echter vaak mis. Als je een nieuwe machine – met CE-keurmerk – aanschaft, ga je er al gauw van uit dat alles klopt. D&F wordt in toenemende mate ook ingeschakeld om dit soort ingebruikname- keuringen te doen.’ Het bedrijf heeft als basis de technische veiligheid. ‘Tweederde van ons werk is nog technisch gerelateerd, maar meer en meer ontwikkelen wij ons als een brede veiligheidsadviseur. Ik heb daar zelf ook een groeiende belangstelling voor.’

Honderd gedragsknoppen

Hoewel de veiligheid volgens Frijters al onvergelijkbaar beter is geworden dan in de begintijd van de industrie en de vele jaren daarna, constateert hij dat er in de veiligheidscultuur vaak toch nog sprake is van een soort jojo-effect. ‘Het draait voor een groot deel om het voorbeeldgedrag. Het management moet er blijvend achter staan en het niet beschouwen als een van de vele projecten die voorbijkomen. Het is belangrijk te blijven “spiegelen”, bijna neuro-linguïstisch programmeren. Conditionering is nodig om het veiligheidsgedrag in te laten slijten. Dat kost tijd, energie en discipline.’ Volgens Frijters zijn er meer dan honderd ‘gedragsknoppen’ waaraan gedraaid kan worden om gewenst gedrag te stimuleren.

Vele daarvan zijn te vinden in het onderbewuste en niet altijd eenvoudig aan te spreken. ‘Al die tools zijn onderwerpen in mijn boek Brainsafe.’ Frijters voelt zich goed gepositioneerd om het overzicht te houden. ‘Ik ben dan wel geen gedragswetenschapper, maar een willekeurige wetenschapper houdt zich vrijwel altijd diepgaand bezig met deelgebieden. Ik wil graag het overzicht hebben en maak heel dankbaar gebruik van de vele onderzoeken die er op de deelgebieden zijn en van boeken als Het sluimerende onderbewuste en Wij zijn ons brein. Ik ben een echte lezer en probeer op die manier nieuwe inzichten met elkaar te combineren.’

Business-spiritualiteit

Frijters gaat nog verder: ‘Ik geloof in het goede in de mens, van manager tot werkvloer. Ik denk dat iedereen graag bij een goed bedrijf werkt. Er moet uiteraard geld worden verdiend, maar de dagelijkse en toekomstige kwaliteit van leven en werken is zeker zo belangrijk. Er moet sprake zijn van een goede balans. Ik lees daarom graag de boeken van Nijenrode-hoogleraar Paul de Blot, die een lans breekt voor “business-spiritualiteit”. Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) gaat vanzelf als je de spirituele balans volgt. Je ziet dat bijvoorbeeld aan een bedrijf als de Triodos Bank. Weinig pretenties, bescheiden inkomens, maar wel een heldere visie op duurzaamheid en MVO. Het gaat heel goed met ze. Ook investeringsmaatschappijen kijken tegenwoordig naar duurzaamheidsprestaties van een bedrijf, voordat ze bereid zijn te investeren. Dat soort ondernemen heeft mijns inziens de toekomst. En onder MVO valt in mijn visie ook het streven naar een optimaal veilige bedrijfscultuur, samen met optimaal veilige techniek en een veilige organisatie.’