Wijziging arbowet vergroot de betrokkenheid

Gezond en veilig werk wordt steeds belangrijker

Per 1 januari 2017 wijzigt de Arbowet. De komende aanpassing raakt ook veiligheidskundigen. Samenwerking met de preventiemedewerker wordt een must. Dat lijkt voor sommige kerndeskundigen een omwenteling. Wat moet er en kan er met deze arbowetswijzigign? Initiatief van veiligheidskundigen is onmisbaar, stelt Ton van Oostrum. In dit artikel bespreekt en becommentarieert hij de voorgestelde wijzigingen.

Wijziging arbowet

Mensen moeten langer doorwerken wil Nederland zijn niveau van welvaart behouden. Werkgevers staan voor de taak duurzame inzetbaarheid van hun mensen te verzorgen. De deskundige ondersteuning van bedrijfsartsen, veiligheidskundigen en andere arbodienstverleners is daarbij cruciaal. Er hebben zich dubieuze zaken voorgedaan. Zo bevroeg een verzuimbureau ziek gemelde werknemers over hun medische situatie. Een FNV-meldpunt kreeg in een maand 1500 klachten daarover. Er zijn knelpunten vooral rond de positie van de bedrijfsartsen. Volgens onderzoek wordt 66 procent benaderd voor medische gegevens die eigenlijk vallen onder het beroepsgeheim; van deze groep geeft 8 procent hier onder druk wel eens aan toe, dat is 5 procent van het totaal. De deskundige ondersteuning moet boven twijfel staan. De overheid start dit jaar voorlichting, en per 2017 geldt de wijziging arbowet die nu bij de Tweede Kamer in behandeling is. De wetswijziging heeft een omvangrijke titel, die ik samenvat als: “arbowetswijziging versterking betrokkenheid arbodienstverlening”. Bedoeling is meer samenwerking op en rond de werkvloer. Bepalingen in de wet worden aangepast rond drie hoofdonderdelen:

  • De interne organisatie van gezond en veilig werken in het bedrijf.
  • De positie van de bedrijfsarts, zijn rol en takenpakket.
  • Het contract van de werkgever met bedrijfsarts of arbodienstverlener.

Wie betaalt, bepaalt

Sommige punten in de wijziging lijken niets nieuws, eigenlijk overbodig. Het schijnen maatregelen tegen een bepaald type werkgevers. Denk aan werkgevers die het onnodig vinden dat werknemers het advies van de arbodienstverlener over de risico- inventarisatie en -evaluatie (RI&E) kennen, of die de bedrijfsarts onkundig houden van hoe het echt op de werkvloer toegaat. De wetgeving gaat zo’n kinderachtige of krenterige opstelling tegen. Andere punten zijn zeker niet alledaags. Zo waren benoemingen van personen of andere individuele personeelsbeslissingen uitgesloten van het instemmingsrecht. In de voorbereiding van deze wetswijziging was kritiek op het doorbreken van dat principe wat betreft de preventiemedewerker. De regering zette dat toch door: voor vertrouwen van de werknemers in de preventiemedewerker, en voor betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de medezeggenschap. Arbocontracten met de werkgever moeten gelegenheid geven tot professionele beroepsuitoefening. De veiligheidskundige kan zich dus zo nodig laten horen bij de contractering. Wat betreft het toezicht was er discussie. Is het zinvol om te inspecteren op “papieren” verplichtingen zoals de RI&E en het arbocontract? Onder de gewijzigde wet zal de Inspectie SZW zonder respijt boetes gaan aanzeggen als er geen arbocontract is. Ontbreken van arbodienstverlening wordt dus gezien als direct gevaar voor gezondheid en duurzame inzetbaarheid van de werknemer. De Inspectie zal nog wel waarschuwen als er een onvoldoende arbocontract is, en kan een “eis tot naleving” stellen: bijvoorbeeld dat zo nodig inzet van een veiligheidskundige in het contract komt. De Inspectie zal haar bereik vergroten door bedrijven te bellen met het verzoek het contract op te sturen. Bij bedrijven met minder dan tien werknemers had een derde in 2014 geen contract met een arbodienstverlener: die worden gedwongen tot contracteren van onder ander bedrijfsgezondheidszorg en veiligheidskunde. Deze wijziging arbowet lijkt sterk ingegeven door problemen rond de positie van de bedrijfsarts. De ongelukkige incidenten riepen twijfels op over zijn onafhankelijkheid. Laat de bedrijfsarts zich niet te veel leiden door het belang van de werkgever die hem betaalt? Dat sentiment is her en der uitgedragen ten koste van de geloofwaardigheid van de bedrijfsarts. Ik heb het ook veiligheidskundigen horen zeggen: de bedrijfsarts staat te veel onder invloed van werkgevers vanwege de financiële relatie. Het werd stil toen ik vroeg wie de veiligheidskundige betaalt. Negatieve beeldvorming over te weinig professionele onafhankelijkheid van de bedrijfsarts straalt af op het werk van de andere kerndeskundigen. Deze wetswijziging versterkt betrokkenheid van allen: werkgevers, werknemers, preventiemedewerkers, arboprofessionals. Ze krijgen meer opties en noodzaak tot afstemming, samenwerking en wederzijds checks. Groter draagvlak voor de deskundige ondersteuning betekent meer effectiviteit. Dat is in het belang van veiligheidskundigen.

Health-en-Saffety-jaarcongres

De werkvloer op

De omgeving kan veeleisender worden voor de veiligheidskundigen. Ze zullen van doen krijgen met preventiemedewerkers en medezeggenschappers die misschien wat assertiever zijn dan vroeger. Die kunnen zich immers beroepen op een wettelijke plicht tot wederzijdse samenwerking. De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kan kritischer worden op het pakket arbodienstverlening en dus het werk van de veiligheidskundige. Voor de bedrijfsarts is straks wettelijk vastgelegd dat hij het recht heeft de werkvloer te bezoeken, dat is traditioneel het domein van de veiligheidskundige. Je zou denken dat arbodeskundigen alleen maar blij zijn met meer betrokkenheid rond hun activiteiten. Maar dat dat niet vanzelfsprekend is blijkt uit nog niet gepubliceerde cijfers van TNO en het ministerie SZW. In een enquête gaf tweederde van de 247 deelnemende arbo(kern)deskundigen aan niet in contact te komen met preventiemedewerkers in middelgrote en kleine bedrijven. Dat heeft vaak een pragmatische reden, bijvoorbeeld dat de contactpersoon voor de arbodeskundige de directeur of personeelsmanager van het bedrijf is, of dat het contact met het bedrijf verloopt via de werkgever van de arbodeskundige. Of deze is een bedrijfsarts die alleen verzuimbegeleiding verzorgt. Van die grote groep die niet in contact komt met preventiemedewerkers wíl twee derde dat contact niet! Ze hebben er geen tijd voor, of verwachten weinig of niets van de kennis of uitvoeringsmogelijkheden van preventiemedewerkers. De eenderde arbo(kern)deskundigen, die wel dat contact hebben, waarderen dat. Ze denken dat de twee elkaar kunnen versterken. Sommigen geven aan dat het extra tijd kost, en dat is lastig gezien de contractvoorwaarden. Ik vind deze uitkomsten onthutsend. Zonder de preventiemedewerkers gesproken te hebben zegt een grote groep ‘niets te verwachten’ van wat die weten of kunnen. Degenen die dat contact wel hebben krijgen er van hun werkgever blijkbaar nauwelijks tijd voor. Het komt ongerijmd over. Arbodeskundigen hebben de taak vanuit de RI&E te adviseren over niveau en taken van preventiemedewerkers. Als ze negatief oordelen over de preventiemedewerker, zegt dat iets over de advisering door hun eigen beroepsgroepen. Of over hun vermogen werkgevers te overtuigen van goede scholing en dergelijke voor preventiemedewerkers. De wetswijziging gaat samenwerking verplichten, het arbocontract móet er ruimte voor geven. Ik vind “peper in de kont “ van de arbodeskundigen nodig! Een troost voor lezers van dit blad is misschien dat veiligheidskundigen ondervertegenwoordigd waren in deze enquête. Er is niet te achterhalen of zij andere opinies hebben.

Knelpunten

Soms komt de suggestie op van mogelijke irritaties tussen de veiligheidskundige en de bedrijfsarts die een werkplekonderzoek wil. Ik verwacht dat niet. Het wettelijke “recht” op bezoek aan de werkvloer geldt voor de bedrijfsarts wanneer dat professioneel nodig is. Zijn professionaliteit verplicht er mede toe zo nodig (de werkgever te adviseren) andere specialisten in te schakelen. De arbowetswijziging brengt kosten voor werkgevers met zich. In de Toelichting bij het voorstel van wet zijn deze zo goed mogelijk in kaart gebracht. Voor wat u het waard vindt: het komt neer op nog geen euro per werknemer. Het model van de arbowet blijft hetzelfde: het is aan de deskundigen om aan de werkgever het rendement van deskundig advies te laten zien! Het ministerie van SZW en partijen organiseren dit jaar voorlichting, over bestaande verplichtingen. Er is subsidie denkbaar voor sectorale sociale partners voor vernieuwende aanpak van arbodienstverlening. Dit is de eerste belangrijke arbowetswijziging waarin probleempunten worden opgepakt zonder grotere rol van cao-partijen. Het voortouw is nu veel meer aan de arbodeskundigen, met werkgevers en werknemers van afzonderlijke bedrijven!

Het “Wetsvoorstel tot wijziging van de arbeidsomstandighedenwet (inclusief Memorie van Toelichting)” is te downloaden via deze link